Dit is een heel eigenaardig verhaal. Hoewel je bij garnalen zowel mannetjes als vrouwtjes hebt kunnen sommige mannetjes in de loop van hun leven (na ongeveer 2 jaar) veranderen in een vrouwtje. Als dit al niet lastig klinkt kunnen garnalen ook nog eens alleen maar met elkaar paren als het vrouwtje net is verveld (net als bij krabben). Een vrouwtje kan wel drie keer per jaar paren en eieren afzetten. Meestal is dat één keer in het voorjaar, een keer in de zomer en een keer midden in de winter. Hoe ouder en groter een vrouwtje is hoe meer eieren ze kan leggen. In het derde jaar kan ze vaak meer dan 25.000 eieren afzetten. De bevruchte eieren worden door het vrouwtje met een soort lijm onder haar staart aan een soort harige aanhangsels vastgemaakt. Dit doet ze omdat ze anders heel snel zouden worden opgegeten door soortgenoten of andere zeedieren. Totdat de eieren uitkomen, draagt het vrouwtje alle eieren met zich mee. Hoe lang dit is hangt af van hoe warm het water is. In de zomer komen ze vaak al na 4 weken uit maar in de winter kan dit wel meer dan 3 maanden duren. Je kunt als je een garnaal met eitjes vangt heel goed aan de kleur zien of de eitjes al op het punt staan om uit te komen, ze hebben dan een bijna zwarte kleur (hoe lichter ze zijn hoe langer het nog duurt). Als een garnaal uit het ei kruipt, ziet hij er nog heel anders uit en de eerste paar maanden van hun leven zweven ze een beetje in het water. Pas als ze ongeveer één centimeter zijn gaan ze op de grond leven.







