Vervellen

Garnalen leven niet zo heel lang (de alleroudste garnalen worden maar vijf jaar oud) en moeten dus erg snel groeien. Om te groeien hebben ze alleen een heel groot probleem. Net als krabben en kreeften hebben garnalen geen botten maar hebben ze hun skelet aan de buitenkant zitten. Dit pantser is op een gegeven moment te klein en dan is het tijd om te gaan vervellen. Voordat een garnaal kan gaan vervellen is het belangrijk dat hij voldoende heeft gegeten want tijdens het vervellen kan hij niet eten. Een vervelling duurt meestal ongeveer vijf dagen. Om te vervellen begint een garnaal eerst veel water te drinken. Hierdoor zal hij als het ware een beetje opzwellen. Onder de oude huid gaat nu een nieuwe huid groeien die ook veel stofjes uit zijn oude huid zal opnemen. Is de nieuwe huid klaar dan kruipt de garnaal uit z’n oude huid (deze lege huidjes kun je vaak op het strand vinden). De garnaal is nu nog heel kwetsbaar want zijn nieuwe huid is nog lang niet hard (dit duurt nog een dag of 2). Met zo’n slappe huid (en dus ook slappe scharen) kan hij zich natuurlijk niet goed verdedigen. Als de huid uiteindelijk hard is geworden, is de garnaal ongeveer 10% gegroeid. In het eerste jaar vervellen garnalen tussen de 25 en 30 keer. Hoe ouder ze worden hoe minder snel ze groeien en hoe minder vaak ze dus vervellen. Uiteindelijk kan een mannetjesgarnaal ruim 6 centimeter groot worden en een vrouwtje bijna 9 centimeter.