Garnalen behoren tot de hoofdafdeling Ongewervelde dieren en daarbinnen tot de klasse van de Arthropoda, de Geleedpotigen. Het zijn ongewervelde dieren met een harde opperhuid en gelede poten, die van tijd tot tijd moeten vervellen om te kunnen groeien. Het is de grootste groep met meer dan 800.000 beschreven soorten.
Binnen de Geleedpotigen behoren de garnalen tot de klasse Crustacea (schaaldieren) en daarbinnen weer tot de Decapoda (tienpotigen). Tenslotte wordt deze groep nog onderverdeeld in de Reptantia (kruipende dieren) en Natantia (zwemmende dieren). Garnalen worden bij deze laatste groep ingedeeld.
Hoewel garnalen, kreeften en krabben aan elkaar verwant zijn (ze behoren alle tot de Decapoda) is er een belangrijk verschil. Krabben en kreeften hebben alleen poten onder hun voorlijf (thoracopoden), waarmee ze kunnen kruipen. Garnalen hebben ook een stel zwempoten (pleopoden), wat ze in staat stelt te zwemmen. Dit is het meest in het oog springende fundamentele verschil tussen garnalen en kreeften. Er zijn ruim tweeduizend soorten garnalen bekend. Lang niet alle soorten worden echter commercieel geëxploiteerd. Daarbij komt dat veel tropische soorten weliswaar bevist en verwerkt worden, maar zonder dat expliciet de soort als zodanig van belang is. Dit komt omdat deze garnalen eenmaal gepeld erg op elkaar lijken en in gastronomisch opzicht uitwisselbaar zijn. Men is in de commercie bij deze soorten voornamelijk in de afmeting geïnteresseerd, waarbij de specifieke soort soms geheel oninteressant is. Dit leidt er toe dat het aantal 'soorten' in taxonomische zin tamelijk groot kan zijn in de Europese handel; het aantal soorten dat bij naam onderscheiden wordt is heel goed te overzien.







